Hoofdtekst
Dwaoslichten da zaagde vruêger veul. Da kon gemakkelijk ötgeleêd wuêren, da was e soort gas dat öt moerassen en waai omhoêg kwam en licht gaf. De minsen zeeën echter dat ’t zielen waren van ongedoêpten. Ge mocht t’er nie op fluiten, want dan kwam ’t af. Ich weet dat iêne vertelde dat ‘em op zoê een dwaoslicht gefloten had. Toen kwam ’t af en hê had nog mar zjust de deur toe of hê huêrde ne bons op de deur. Toen ze buiten gingen zien stond ’t er een bloedige hand in de deur gebrand.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Dwaallichtjes waren lichtgevende gassen die uit de moerassen opstegen. De mensen geloofden echter dat dwaallichtjes de zielen van ongedoopte kinderen waren. Wie naar een dwaallichtje had gefloten, werd door het lichtje achtervolgd. Een man die voor een dwaallichtje naar binnen was gevlucht, hoorde een luide bons. Toen de man ging kijken, zag hij dat er een bloedige hand in de deur gebrand stond.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
65
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Paal   
