Hoofdtekst
Hier woor ene jongen van Munster. Zijne naam weet ich ook niemeer, die karesseerde (verkeerde) in Eik en ene zondagavond moest er aan de Linde over het brugske - ene vondel, heetten ze dat vroeger - en do zat een kat op. Er houwde (sloeg) de kat van de brug af en wei (toen) er bij het meisje koem, zat de moeder langs de stoof met haren arm gebroken. Er vroeg: 'Wat hebt gij toch wel?' - 'Dat mooste (moogt) nog wel vragen, zei ze, de hebs (ge hebt) mech mijn arm overgehouwen.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een jongen uit Munsterbilzen ging op zondagavond zijn vriendin in Eik opzoeken. Toen de jongen bij de Linde kwam, zag hij een kat op het bruggetje zitten. De jongen sloeg de kat van de brug en ging verder. Even later kwam de jongen bij zijn vriendin en zag dat haar moeder een gebroken arm had. "Wat heb jij nu?", vroeg de jongen, waarop de vrouw antwoordde: "Dat moet jij net vragen! Je hebt mijn arm over geslagen!"
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
399
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Munsterbilzen   
Plaats van Handelen
Eik   
Linde (tussen Munsterbilzen en Eik)   
Munsterbilzen   
