Hoofdtekst
Aan ’t Schaartje-beke waareerde (zwierf rond) er overtijd een waterduivel. Niemand durfde daar passeren, ’t was al geruchte in en rond het water. Op een keer kwam er een dronkelap van Ieper naar Sint-Jan. Hij had geen benauwd. De waterduivel begoste were van zijn aap te maken, hij had een keten aan en miek daarmee veel geruchte. Dien dronkaard bleef staan. De waterduivel kwam naar boven uit het water. "Wie zijt gij”? vroeg dien dronkelap. "Ik zijn de waterduivel”, zei de waterduivel. "Als gij de waterduivel zijt”, zei den dronkaard, "moet je gij zwemmen”! en hij pakte hem vast en smeet hem in de beke. De waterduivel zei en sprak schone woorden "om de liefde Gods ventje, trek me d’er uit, ‘k gaan versmoren”! De dronkaard wilde van geen liefde weten en sedertdien heeft men daar van waterduivel noch gehoord, noch gezien.
Beschrijving
Bij het Schaartje-beke vertoefde vroeger een waterduivel. Niemand durfde in de buurt van die plaats te komen. Op een dag wandelde een dronkaard van Ieper naar Sint-Jan. Toen de waterduivel met zijn kettingen begon te rammelen en zijn kop boven water stak, vroeg de dronkaard: "Wie ben jij?", waarop de waterduivel antwoordde: "Ik ben de waterduivel!" Daarop zei de dronkaard: "Als jij de waterduivel bent, dan moet je zwemmen!" en hij gooide de duivel in het water. De waterduivel sprak smekend: "Om de liefde Gods ventje, trek me eruit, ik ga verdrinken!" De dronkaard hielp de duivel echter niet. Daarna heeft men de waterduivel op die plaats nooit meer gezien of gehoord.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (ieper)
36
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Schaartje-beke (Sint-Jan)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
Plaats van Handelen
Sint-Jan   
Ieper   
Schaartje-Beke (Sint-Jan)   
