Hoofdtekst
Der was hier ’n baaske van ’t gebuurte die goed van de mare koste vertellen.En hij zei, als hij ging slapen kwam de mare toe, en als hij nog de macht had van zijn armen open te smijten, dat ’t rap gepasseerd was. En ’t had nog ‘ne keer geweest, dat hij zei: "’k Ga ze nu wel gaan hebben!" En hij ging gaan slapen met ’n mes in zijn handen, onder ’t deksel. En hij zei: "Durft ze nu komen, ‘k ga rondom mij stekken!" zeid’ie, maar, zeid’ie, "’k Lagge ‘k ik met dat mes in mijn handen, maar ‘k koste mij niet verroeren, al geen kanten verroeren!!" En hij was stokstijf. En hij wiste wat dat er ommeging, maar hij koste nieten doen. En: "’k Heb nog nooit zo afgezien", zeid’ie, "dat duurde zo wel ’n half ure dat ‘k peinsde: ‘k ga ’t niet meer overleven; en toch dat passeerde."
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man zag de maar altijd aankomen wanneer hij in zijn bed kroop. Als de man op dat moment nog de kracht had om zijn armen te spreiden, was de maar snel verdwenen.
Op een avond was de man gaan slapen met een mes in zijn handen. Toen de man de maar hoorde aankomen, kon hij zich echter niet verroeren. De man verkeerde wel een half uur in nood, zodat hij geloofde dat hij het niet zou overleven.
Op een avond was de man gaan slapen met een mes in zijn handen. Toen de man de maar hoorde aankomen, kon hij zich echter niet verroeren. De man verkeerde wel een half uur in nood, zodat hij geloofde dat hij het niet zou overleven.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
126
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
