Hoofdtekst
A: Vroeger, ’t kerkhof was hier rond de kerk, helegans tot voor de toren. En Mabelke kwam een keer naar Gusten Hinnekint, de gebuur, in de Wervikstraat en hij zei: "Gusten, er staat daar een doodkaars op ’t kerkhof." "’k Ga een keer mee om te kijken", zei Gusten. En ze gingen alle twee daar naar toe en dat was langs de grillie (grille), bijna aan de kerkdeur, dat er daar in een zerk een putje was door ’t verschuiven van dat zerk en als ’t slecht weer was, dat putje was vol water en ’t was maneschijn of volle maan en als ze dat goed bekeken, dat was de maan die in dat water scheen. Dat was die fameuze doodkaars.
Beschrijving
Vroeger zag men rond het kerkhof van Beselare vaak een doodkaars. In werkelijkheid was het licht de weerkaatsing van het maanlicht in een barst in een grafzerk, die met water was gevuld.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
1
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
