Hoofdtekst
En van beesten die van de mare bereden waren. Ik heb nog gehoord dat ze leven hoorden en opstonden en dat de beesten op de zolder waren. Ze kosten pertank (nochtans) niet op al (langs) den trap. Wie had er dat er op gedaan? De mensen zeien dat en ze geloofden dat. Dat was natuurlijk een kwa geest die dat aandei. Den een of den ander, dikkens een rondloper. Over ’t algemeen ze gingen naar de paters.
Beschrijving
De maar was een kwade geest die ervoor kon zorgen dat de dieren 's nachts op de zolder stonden, hoewel ze onmogelijk langs de trap konden zijn gegaan. Mensen die door de maar werden geplaagd, gingen meestal naar de paters.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
2b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Reningelst   
