Hoofdtekst
Ich was eens op nen oavend oan het waandelen in het deurp. Opeens versjrok ich mich: ich zoog e waif woa op ne stek zoet en zo de loch invloog. Ze mokte veul lewèèt en opeens was ze voert.
Beschrijving
Een man die 's avonds door het dorp wandelde, zag een vrouw met veel lawaai door de lucht vliegen op een stok.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (borgloon)
137
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Jesseren   
