Hoofdtekst
Binst den oorloge ’t jaar 14-18, ’t waren thuizend vreemden en ’t was één met een ring aan, hij zei dat’n framasson was maar we wisten niet wuk dat dat was toen. ’s Nachts wieder hoorden daar djuste lijk een zak bollekèten (grote knikkers) die van de zolder liepen in ’t binnenhuis en die were omhogesprongen. En den eersten nacht ik hoorde dat, en den tweeden keer ik maakte mijn zuster wakker en ‘k gingen gaan kijken en ‘k zagen niet. Ik peizen dat dat een Framasson was.
Beschrijving
Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef er een vreemde kerel bij een familie in Haringe. De man droeg een ring en beweerde dat hij een framasson was. 's Nachts hoorden de mensen een geluid alsof er grote knikkers van de zolder vielen, hoewel er niets te zien was.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (franse grens)
521
WOI
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
