Hoofdtekst
As ’t klare maan was en me mochten gaan dansen, m’hadden ook altijd benauwd van de geesten. In uze (onze) gang was t’er een middeldeure - ‘k waren toen een jaar of 19 - en ‘k gaan naar huis langs de kaaie en ’t stonden daar ton (dan) wagons, die de vis wegvoerden, dat was vroeger jaren he - en daar staken ze under (hun) in weg en je koste ze niet krijgen he. En ‘k wilde binnengaan in onze gang en ’t stond daar een gedaante en in ene keer je (hij) was weg.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Wanneer het volle maan was en men mocht gaan dansen, waren de mensen bang voor geesten. De geesten konden zich verbergen in de wagens die op de kaai stonden om de vis weg te voeren. Een meisje uit Oostende zag in de gang een gedaante die plots verdween.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
134
Omstreeks 1908
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Oostende   
