Hoofdtekst
Klaas ging vuur halenMet een ijzeren plaat voor zijn gat.Daar kwam een ekster aangevlogen,Wat ging die ekster doen?Bladeren plukken voor het vuurken aan te doen.Waarom was dat vuurken?Voor water te koken.Waarom was dat water?Voor op 't steenke te gieten.Waarom was dat steenke?Voor 't meske te slijpen.Waarom was dat meske?Voor 't hondje te villen.Wat heeft het hondje gedaan?Door meneer pastoor zijn pastorij gelopen.En de dekker was het dak aan 't dekkenen zegde dat de zon hem in zijn gat stak.
Beschrijving
Klaas ging vuur halen. Een ekster ging bladeren plukken om het vuur aan te maken. Het vuur was nodig om water te koken. Het water moest dan over een steen worden gegoten, om een mes aan die steen te kunnen slijpen. Met het mes kon men dan het hondje villen. Het hondje vluchtte echter weg naar de pastorij. De man die aan het werk was op het dak van de pastorij, zei dat de zon hem in zijn achterwerk had gestoken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
6. Sagen - Sprookjes
limburgs (tongeren en omstreken)
1176
fabulaat
Cfr. AT, Type 2018
Naam Overig in Tekst
Klaas   
Naam Locatie in Tekst
Neerrepen   
