Hoofdtekst
I En hebt ge ooit van dwaallichtjes gehoord? … Zo van die lichtjes.27 Nee, dat heb ik ook nooit gehoord. Dat waren - hoe zeiden ze daarop? - dat waren kevers wat vroeger, wat zo dinge. Daar zeiden ze "die lichtjes" op. Maar wij gingen nooit uit, je zag dat niet. Er waren veel ‘läöi’ die dat zagen ’s avonds, dat gaf zoiets als licht dan. Dat was dan van die kleine dinge, zoals ze zeggen. Maar ik heb ook nooit geen weerwolf gezien en ik heb ook nooit een heks gezien.
Beschrijving
Veel mensen beweerden dat ze 's avonds kleine lichtjes zagen. Dat waren eigenlijk kevers.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
27N 417
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
