Hoofdtekst
X: En toverboeken?20: Toverboeken, ja, dat moet allemaal bestaan hebben.X: En ze gebruikten ze om het één of het ander uit te halen of iets?20: Wel, ze gebruikten dat om de één of de ander te verwensen. Ja. (onverstaanbaar) in nood brengen, ja.X: je hebt nooit iemand gekend die dat had, naar men dacht?20: nee, het schijnt dat pastoors daarmee ook veel konden. Dat de pastoors dat deden om de mensen te helpen, geloof ik.X: Door erin te lezen?20: Ja, ik heb nog geweten, ja, geweten van horen zeggen van mijn vader, in Sint-Jan-Ter-Biezen, men was daar aan het bouwen. Het was aan het eind van het kerkhof en er was daar een bazin, een cafébazin die nogal erg tegen de pastoor was. En de pastoor was ook aan eh… aan het wandelen op de stelling. "Kijk nu!" zegt ze, "die godverse zwartrok wandelt daar ook," zegt ze en ze zwaaide haar bezem ernaar. "Vrouwe," zei hij, "’t zal je rouwen!" En mijn vader zegt: "Ze heeft nooit meer een gezond uur gehad."X: Ze heeft wat niet meer?20: Ze heeft nooit meer een gezond uur gehad.X: Ja? Ziek geworden?20: Jaja, en gestorven.X: Maar mens toch.
Beschrijving
In Sint-Jan-ter-Biezen woonde een cafébazin die geen hoge dunk had van de geestelijkheid. Op een dag zwaaide de vrouw met haar bezem naar een pastoor terwijl ze riep: "Kijk, die zwartrok wandelt daar ook!" Daarop antwoordde de geestelijke: "Vrouw, daar zal je spijt van krijgen!" Daarna is de cafébazin nooit meer gezond geweest.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (poperinge)
20J
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Sint-Jan-ter-Biezen   
