Hoofdtekst
I Ge zeidt iets van Jèp (= † Gaspard Smets - Tans, Waterstraat 22)Iets van ‘Jèpkes Deenk’.2 Ja Hilde, dat was, dat zegden ze zo. Dat was een oude schoenmaker. Die woonde hier achter de Höts (= café-duivenlokaal † Hubert Smets - Vos, Waterstraat 20). Awel, als ze wilden iemand bang maken, dan zegden ze "Pas maar op, ‘Jèpkes Deenk’ komt u daar tegen!" Maar ‘Jèpkes Deenk’, dat was dan weer iets anders of iemand anders die ze Deenk noemden, ‘Jèpkes Deenk’. En dat waren, ja, ge weet wel, die oude mensen hadden niks anders om hun te amuseren. Wij hebben TV, de radio, we springen op de fiets en … Dat hadden ze (vroeger) niet. Ze hadden houten emmers en zo om water te halen en van dat allemaal.I Maar die ‘Jèpkes Deenk’, dat was zoiets als een heks of zo?2 Die ‘Jèpkes Deenk’ was iets waar een groot deel van de jonge mensen bang voor hadden. Maar wat het juist geweest is… [lacht]. Bij mij moest ge niet komen om bang te maken.I En dat is alles van de heksen?2 Dat is (alles van de heksen). Maar oma, die heeft daar in een (uit-)hoek gewoond, waar nog van die dingen verteld werden.
Beschrijving
In Zussen maakten de mensen elkaar vaak bang door te zeggen: "Pas op, want X loopt daar rond!"
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
2K 38
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
Plaats van Handelen
Zussen   
