Hoofdtekst
Onze vader kwam eens naar huis en ie moest langs en donkeren weg en daar stond ergens nen lantarenpaal. En daaronder lag een wan. Ik weet nie of ge dat kent maar dat is zo een platte mand die de boeren gebruiken om te wannen en daarin lagen jonge kätjes. Heel die wan lag vol en dat was allemaal spokerij. En da was nog wol op nen avond veur Kerstmis.
Beschrijving
Een man die op kerstavond langs een donkere weg naar huis ging, zag onder een lantarenpaal een mand vol jonge katjes staan. Dat was spokerij.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps ('land van turnhout')
61
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
kerstavond   
Naam Locatie in Tekst
Vosselaar   
