Hoofdtekst
Dat was de bende van ’t Vrijbos. Er was een keer een wuivetje in ’t gasthuis, Marguerite Lemahieu, ze was ziek en zie had altijd een zwart pandertje op haar. Ze wilde het op haar houden. Het moest altijd bij haar zijn. Daarbij had ze nog een rode zakkensdoek met witte bollen. Die twee dingen waren haar grootste schatten. Ze was veroordeeld geweest tot levenslang maar achter 50 j. vrijgekomen en in ’t hospitaal opgenomen. ’t Hospitaal was toen nog achter ’t gerechtshof. Ze was zie kokkinne geweest in ’t vrijbus, en dat was ’t enige dat ze nog hadde van in dien tijd en ze wilde dat daarom alzo bewaren. Er is nog één onthoofd geweest op ’t schavot in Elverdinge.
Beschrijving
Een vrouw was veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf omdat ze banden had met de bende van Bakeland. Na vijftig jaar werd de vrouw echter overgebracht naar het ziekenhuis. Ze had altijd een zwarte doek en een rode zakdoek met witte bollen bij zich. Die twee zaken waren haar dierbaarste bezittingen. In Elverdinge werd één van de bendeleden onthoofd.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (ieper)
59
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Baekeland (bende van)   
bende van Baekeland   
Naam Locatie in Tekst
Ieper   
Plaats van Handelen
Elverdinge   
