Hoofdtekst
J’éét er vele vermoord. J’ee de schoet van Rozebeke in de kave hangen met zijn hoofd omlege en z’één toen d’er e vier oender gemakt. ‘k Eén zelfs ook gelezen in dat boek, dat wos in Kortemark, en ’t wos e joeng koppel die getrouwd wos met e kleen kind. En ze kwamen dor ook stelen ’s nachts en omdat die vint van dat huusgezin niet wilde aanwijzen wor dat dat geld zat, één ze die vint geboenden en gegeseld. Voor heur ne vint te verlossen ee die vrouwe an Bakelandt de schat getoogd en ze zijn zieder toen voortgegon. Ze dein zieder niet vele moorden wè.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt heeft veel moorden gepleegd. De schout van Rozebeke werd door Bakelandt met zijn hoofd in het vuur en zijn voeten naar boven opgehangen in de schoorsteen.
Op een nacht pleegde de bende van Bakelandt een inbraak bij een jong echtpaar uit Kortemark. Omdat de man niet wilde vertellen waar zijn geld lag, werd hij door de rovers vastgebonden en gegeseld. Om haar man te bevrijden heeft de vrouw het geld aan de rovers gegeven. Daarna zijn de rovers weggegaan.
Op een nacht pleegde de bende van Bakelandt een inbraak bij een jong echtpaar uit Kortemark. Omdat de man niet wilde vertellen waar zijn geld lag, werd hij door de rovers vastgebonden en gegeseld. Om haar man te bevrijden heeft de vrouw het geld aan de rovers gegeven. Daarna zijn de rovers weggegaan.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
204E
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Oostnieuwkerke   
Plaats van Handelen
Rozebeke   
