Hoofdtekst
X: Ja, ja, ze zeien dat altijd. Maar vertelden ze hier toen veel over heksen en al zo’n dingen? Vroeger?A: Ja, ja. Zelfs mensen die toen de een of de ander benauwd maakte, die toen daar entwasen (ergens) weg zaten voor de een of de ander benauwd te maken met een laken op hun kop, weggesteken alzo. Ja dat ook. Er heeft overtijd, dat heb ik nog gekend als ik een klein mannetje was, dat er daar, ginder, bachten waar dat dinges nu wonen, waar dat Vandammes gewoond hebben (Keiberg) ginder en waar Maesens woonden daar, er stonden daar hele kleine huisjes. En er woonde daar een wijveke in. Ja, de mensen waren daar lijk schuw van, van dat wijveke. ’t Was een toveres zeien ze, ’t was een toveres. Maar meer kun je niet weten. Toen, ‘k was toen een klein mannetje. En wij gingen toen naar daar achter vogels. Er was toen nog veel bos alhier en wij waren toen nog liefhebber om vogelnesten uit te trekken en heel de boel. En we kropen toen op de bomen en dit en dat. Maar we durfden niet naderen van dat huisje.X: Waarom zeien ze dat eigenlijk?A: E wê, omdat ze peinsden dat dat een raar wijveke was. En als ze entwasen (ergens) jongens zag, dat ze ze wegjaagde en de jongens die zeien: "’t Is een toveres, ’t is een tovers. Ge moogt niet naderen wê, ’t is een toveres." En wij durfden niet naderen. Al zulke dingen kwamen voor de dag.
Beschrijving
In een klein huisje in Beselare woonde vroeger een oud vrouwtje over wie men vertelde dat ze een toveres was. De kinderen die vogelnesten gingen zoeken, waren niet bang om in de bomen te kruipen, maar in de buurt van dat huisje durfden ze niet te komen.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
2
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
