Hoofdtekst
Tusschen Knesselaere en Oelem ligt er ’n grote weie van Matthijs en alle nachten liepen d’er do peerden in en die beesten waren van niemand en ’s nuchtens waren ze weg en da was Flabbaert, zeien de menschen.
Beschrijving
Tussen Knesselare en Oelem was een weide waar iedere nacht paarden rondliepen, die van niemand waren. 's Ochtends waren de paarden altijd verdwenen. De mensen zeiden dat Flabbaert dat deed.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (n van brugge)
187
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Flabbaert   
Naam Locatie in Tekst
Zuienkerke   
Plaats van Handelen
Oelem   
Knesselare   
