Hoofdtekst
En die van Tuinkes.2 F: Als die u nu aan… als ge daar nu iets van gepakt had zo nu hé, ze gaf iemand een snoepje. Een snoepje, en gij nam dat aan, en 's nachts kreegt gij dat. Ons Lisette heeft dat gehad. Die lag in bed, bij mij in bed, hé, en die vloog zo hoog omhoog. En ik kon die niet houden, hé. Ik zeg, en ik moest onze va gaan roepen, ik zeg: "Va, ik kan ons Lisette niet houden, ik".X: Hoe? Die vloog gewoon naar boven?Ja! Die lag naast mij in bed, en die vloog zo hoog omhoog. Nu had die een snoepje aangepakt van ook iemand die een heks was, hé. En Voordeckers die wilde daar niet in geloven. Die heeft zelf twee kinderen dood, die wilde daar niet in geloven, hé. En ik zeg tegen onze va: "Maar va, ge moet eens komen, ik kan ons Lisette niet houden, die vliegt zomaar uit dat bed. En die is zo sterk als iets, hé." En Van Keerbergen en de Voordeckers erbij geroepen, en Voordeckers zei: "Dat is hersenvliesontsteking." "Ja maar, gisteren had ze toch niets" en zo, hé. Ja en … die wilde daar niet in geloven, aan hekserij, die dokter, hé.Ja, dat heeft wel bestaan hoor.En toen is onze va naar Tongerlo gereden, naar het klooster, en die had twee keer platte band, en zijn ketting van zijn fiets. En die had… van hier naar Tongerlo, dat is nu niet ver met de fiets, hé. En die had daar twee uur op gereden. En die kwam bij die pater in Tongerlo, en die zei zijn geval, hé. En toen hij terug kwam, hé, was ons Lisette genezen. En hij kwam thuis, onze va en die was op een half uur thuis, van Tongerlo. En die kwam thuis en ons Lisette was genezen. En dan zei ons Lisette altijd tegen mij, als die bij mij lag, hé: "Daar is ze, daar is ze, daar is ze," zei ons Lisette. Ik zeg: "Wie?" "Wel daar boven de kleerkast", zei ze, "boven de kleerkast." Ik zeg: "Maar ik zie toch niets." "Ja, maar daar zit ze boven."X: Zeg maar, van wie had die dat dan gekregen? Ook van iemand van Veerle of wat?Iemand van de straat hier.Iemand van de straat hier, maar ja, die ga ik nu met haar naam niet noemen, hé, want (lacht) Die is al lang dood, hoor. Awel, en toen kwam onze va thuis, hé.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Veerle woonde een heks. Een meisje dat een snoepje van die heks had gekregen, vloog 's nachts omhoog in haar bed. Het meisje beweerde dat ze op de kleerkast de heks kon zien, maar de anderen zagen niets. Men ging de dokter halen, die beweerde dat het meisje een hersenvliesontsteking had. De vader van het meisje is dan per fiets naar het klooster van Tongerlo gereden. Onderweg had hij tweemaal een lekke band. Op de koop toe viel de ketting ook nog van zijn fiets. Pas na twee uur onderweg te zijn geweest, kwam de man bij de paters, aan wie hij zijn verhaal kon doen. Daarna reed de man in een half uur naar huis. Toen hij terug thuiskwam, was zijn dochtertje genezen.
Bron
A. Helsen, Leuven, 2001
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (veerle)
2F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tongerlo (paters van)   
paters van Tongerlo   
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
Plaats van Handelen
Veerle   
Tongerlo   
