Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die ’s avonds op stap ging, moest altijd voorbij een veld waar een waterput was. De man meende in die put toveressen te horen lachen en op hun laarzen slaan. Een andere man beweerde dat het een troep opvliegende ganzen was.
Bron
A. Vanden Herrewegen, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (grens oost-vl. en henegouwen)
18J
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tollembeek   

