Hoofdtekst
Variant.Bij Wildiers daar hemmen de koeien gesprongen. En z'hielden een geweien keers boven de stier zijne kop en die brulden heel de stal omver. En den deken van Ekeren is er veur gewist. Den eerste keer dei hem niks, maar den tweede keer heet ie ze g'holpen. Da was bij de grootmoeder van den Bart. Z'heeg het me zelf verteld. Trientje heette die grootmoeder en die heet er van afgezien.
Beschrijving
Op een boerderij waar de koeien zich vreemd gedroegen, hield men een keer een gewijde kaars boven de kop van een stier. Daarop begon het dier luid te loeien. De deken van Ekeren is tweemaal naar die boerderij gekomen. Bij zijn tweede bezoek hielp hij de mensen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
222
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wilmarsdonk   
Plaats van Handelen
Ekeren   
