Hoofdtekst
14 -Ah ja, tsé, die dwaallichten hé, weet ge wat dat ze deden? En stalkaarsen. Euh, een doos of iets hé en dat was voor malkanders schrik aan te jagen hé.II -Vaneigens!14 H -Ze zetten daar een vierken (vuurken) in, ‘t endeken (eindje) van een kaarsje en thuns ... dat was ievers op een baan die afgelegen is hé en dat was voor malkanders schrik aan te jagen hé, ik heb dat hier nog geweten, dwaallichten en ...D’er was thuns geen openbare verlichting hé nergens dat waren allemaal nog hagen hé langst de baan en grote bomen en g’en zag gij niet als dat donker was, moest gij omhoog kijken om u te kunnen oriënteren, ge liep gij een keer in een gracht of op de kant (wij lachen) wel, en thuns als de mensen moesten naar de winkel gaan ‘s avonds ôn (hadden) ze altijd een lantaarn mee, een stallantaarn hé voor u te kunnen (oriënteren), voor de baan te weten hé of anders liep gij verloren hé.I -Een mens uit Sint-Maria-Oudenhove die heeft mij verteld hé dat er mensen waren die dus overdag zo’n stalkaars in de haag gingen zetten en ‘s nachts dierven ze er zelf niet meer voorbij (al lachend).14 -Ah ja, ik heb het u toch gezegd dat ze in zo’n dose, ze hadden daar zo’n beetje gaten in gemaakt en ik weet dat hier ook, ik heb dat ook nog gedaan. (Informant lacht, wij ook)I -En hebt ge van de maar niet horen vertellen? Dat is zo iets dat op u kruipt ‘s nachts en u tracht te versmoren.14 -En ge moet ze dragen? Oh, maar dat heb ik hier nog horen vertellen ook.I -Maar als ge in uw bed ligt?14 -Nee, dat weet ik niet precies.II -Iets dat zo op u springt, dat ge precies bevangen zijt, dat ge u niet kunt bougeren niet meer.14 -Maar dat is toch heel zeker iets dat ge droomt?I -Maar de mensen peinsden vroeger dat dat een heks was.14 -Ah, “van de maar bereên” zeiden de mensen.II -Ja, en wat was dat juist? Iets dat op u sprong of?14 -Ja, dat peins ik ook en meteens schoot ge dan wakker hé.I -En weet ge wat ge daarvoor moet doen of zo? De mensen hebben daar zo remedies voor hé, sommige?14 -Nee.I -Sommige zeggen dat ge u pantoffels zo gekruist moet zetten, u sletsen moest ge in een kruis ...14 -Ja, ja, ik versta het, nooit niet van gehoord nee.
Beschrijving
Op afgelegen wegen zette men soms kaarsjes om voorbijgangers bang te maken.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
14H
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
