Hoofdtekst
c) Mijn nonkel was kleermaker te Sint-Julien en had een winkel van kleerstoffen. Hij hoorde op een nacht gerucht beneden en sprong uit zijn bed. Je moet weten dat hij beneden bij de voordeur een trappeleertje had staan om door den opperlucht (venster boven een deur) te kunnen kijken als er iets niet in orde was. Op dien avond hoorde hij dus gerucht, neemt zijn revolver en gaat op zijn leertje door den opperlucht kijken. Aan den overkant van de straat, recht tegenover zijn gevel en voor de kuiperij, ziet hij twee mannen staan. Tegen de gevel stonden ze. Hij schoot alles af. Al met een keer kwam van uit Langemark een voiture, ze reed door tot aan ’t school, dat is een 200 meter verder dan zijn huis, en toen keerde ze weer. Op het moment dat die sieze (sjees) stille staat komen die twee man van bachten de gevel, steken mijn poortje open en komen ’t mijnent binnen. Mijn nonkel schoot door den opperlucht, maar hij miste ze. De twee man sprongen in de voiture en ze reden weg. ’s Morgens om vier uur van dien zelfden nacht buisten tklopten) werkmensen, die vroeg gingen gaan werken, op zijn deur om te zeggen dat heel zijn winkel geplunderd was en dat al zijn rollen stoffen voor de deur stonden, gereed om opgeladen te worden. Er was dus schijnbaar niets weg. ’s Anderendaags ’s nachts rond twaalf uur werd hij wakker van vijf, zes schoten door zijn opperlucht. Ze dachten dat mijn nonkel daar weer zou staan op zijn leertje. Mijn nonkel zijn meter woonde een beetje verder in de straat en ze was juist gestorven. Bij haar meid ging nu haar knecht inslapen om haar compagnie te houden. Ze hoorden ook gerucht. Ze staan op, gaan naar beneden: de kaders waren afgetrokken, de stoof uitgetrokken, alles overhoop. Ze hadden gezocht naar geld, omdat ze wisten dat metje (grootmoeder, meter) dood was en dat ze veel geld had. Dus binst dat metje over aarde lag werd ze bestolen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een kleermaker die 's nachts lawaai hoorde, stond op, nam zijn revolver en ging op een trapladdertje staan om door het raam boven de voordeur te kunnen kijken. Aan de overkant van de straat zag de kleermaker twee mannen staan. Hij schoot verscheidene keren naar de mannen, maar hij miste. Toen er even later een wagen voorbijkwam, sprongen de mannen erop en reden weg. Diezelfde nacht werd er omstreeks vier uur aangeklopt bij de kleermaker. Enkele mensen die al vroeg op weg waren naar hun werk, vertelden de kleermaker dat zijn winkel aan de overkant was leeggeplunderd en dat de rollen stof tegen de gevel stonden, klaar om te worden opgehaald. Er was dus blijkbaar nog niets gestolen. De volgende nacht werd de kleermaker wakker omstreeks twaalf uur omdat hij vijf of zes geweerschoten had gehoord. De dieven schoten in de richting van het raampje boven de deur, in de overtuiging dat de man daar weer stond te gluren.
De meter van die kleermaker woonde wat verderop in de straat. Toen de vrouw gestorven was en in haar bed opgebaard lag, bleef de knecht bij de meid slapen opdat ze niet alleen zou zijn. 's Nachts werden de meid en de knecht wakker van lawaai. Ze gingen beneden een kijkje nemen en stelden vast dat alles overhoop was gegooid. Dieven hadden er gezocht naar geld, omdat ze wisten dat de rijke bewoonster van het huis was gestorven.
De meter van die kleermaker woonde wat verderop in de straat. Toen de vrouw gestorven was en in haar bed opgebaard lag, bleef de knecht bij de meid slapen opdat ze niet alleen zou zijn. 's Nachts werden de meid en de knecht wakker van lawaai. Ze gingen beneden een kijkje nemen en stelden vast dat alles overhoop was gegooid. Dieven hadden er gezocht naar geld, omdat ze wisten dat de rijke bewoonster van het huis was gestorven.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (ieper)
33c
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
