Hoofdtekst
39 In de Ophemerstraat daar ging eens een jongen … die woonde op een ‘winning’ en die ging alle avonden het dorp in. En toen hadden ze eens een vaars geslacht, wùr, op de ‘winning’ waar de jongen zat en … toen zeiden ze: "Ga je niet het dorp in?" "Jawel," zegt hij, "’aaterèè (= zometeen) ga ik." En die was zich al ene gaan zetten daar, wùr, in die ‘gats’ (= wegeltje) waar hij afging, wùr… (= onverstaanbaar). Ja, en toen was het wat erna: "Ben je niet durven afgaan?" Kwam de jongen terug, wor. "Ben je niet durven doorgaan?" "Jawel," zegt hij, "ik heb hem al ‘gesnap(t)’." Gingen ze zien. Toen lag me die daar met z’n spoken (= diegene wat gespookt had), doodgehouwen met de mesthaak.I Oei.39 Jaja! Met de mesthaak. In ‘Toone’s gètske’, heetten ze dat. Thèèis Toones. Daartegen. Wie woont nu daar het kortste bij voor je dat te … Ja, dinge daar, de electricien van Thèèiske.I Ah ja.39 Daar. Er tegenover heb je Thèèis Toones. Daar hebben ze nu allemaal nieuwe huizen gezet. Jaja.I En daar was iemand voor spook gaan spelen?39 Ja, ze wouden die gaan bang maken met kettingen en wat ‘grauze’, wùr. En toen hadden ze hem al gezegd: "Ga je ‘huie’ (= vandaag) niet? Durf je niet meer afgaan?" Maar hij ging. "Ik heb hem al ‘genaep’," zei hij. Ze gingen zien. Lag hij daar dood.
Beschrijving
Een jongen uit de Ophemerstraat had met een mesthaak een grapjas doodgeslagen, die zich als spook had verkleed.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
39N 524
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Ophemerstraat (Vlijtingen)   
