Hoofdtekst
Bedreigde heks neemt de kwade hand weg.Dan was ik zeuven jaar. En 'k hem van heur moeten leren lopen. En overdag trokken ze mij mee mijn haar tegen 't zolder en ze lieten me dan vallen. En as ik da wijfke zaag, was ik weg, zenne. En 'k was altij mee mijn bruur. En ineens zaag ik ze weer aankommen mee heure zak. "Joke!", 'k zeg: "Joke!", en 'k wil gaan lopen. "Hier," zei mijn bruur, "laat Joke maar kommen, ik zal tegen Joke wel is praten." "Och mannen, hoe is 't er mei?" zei ze. En ikke wegkruipen, hoor! Hij gaat er henne: "Joke, nauw moet ik e toch is wa zeggen." En hij lei z'op de grond, mee zijn knie op heur lijf. "Nauw gad'is zeggen ja of neie: gade gij ouw hand van mijn bruur wegtrekken, of ik nijp e dood?!" "Allei Peer, geloofde gij da van mijn?" Maar ik neep ze nie, hoor! "Veuruit!" zeet ie. "Och Peer, laat me los. Er zal aan e bruur niks nie meer kommen!" En ik zijn zo genezen.
Beschrijving
Een zevenjarige jongen werd overdag bij zijn haren tot tegen de zolder getrokken door een heks. Daarna liet de heks hem vallen. Toen de jongen de heks weer eens zag aankomen, sprak zijn broer: "Je moet je geen zorgen maken. Ik zal ze wel eens onder handen nemen". De broer gooide de heks op de grond en dwong haar te beloven dat ze de kleine jongen geen kwaad meer zou doen. Daarna genas de zevenjarige jongen heel snel.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
357
1897
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zandvliet   
