Hoofdtekst
Miete Delanghe woonde op een annexe en me kosten (we konden) wieder (wij) daar binnenkijken. ‘k Zeggen ik wat doet dat wuf. En ze stak zij allemaal spellen in kaarsen. Van die grote kopspellen. En ze stak zij dat daarin en z’had zij boeken en azo deed ze de mensen vele kwaad aan. Iedere keerse die brandde, dat was gelijk een mens dat ze den duivel aandeed.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Enkele mensen hadden gezien hoe een heks kopspelden in kaarsen stak. Voor iedere kaars die ze liet branden, deed ze iemand de duivel aan. Die heks had ook speciale boeken waarmee ze de mensen kwaad kon doen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
177
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
