Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0376_0378_2766 - Weerwolf verraadt zichzelf, wreekt zich op het meisje, en maakt het daarna weer goed

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Vroeger - dat was toen nie wie nu - toen waren de aas (= ouders) doa kwaad van as e metske (= meisje) ging da(n)sen. Doa was ook een van Ketsingen, dat was ook gewees(t), en het moes(t) op tijd thuis zijn, en 't was al laat. Doa was ene jong(en), die had al altijd a(ch)ter haar gelopen, en toen vroeg die jong(en) aan dat metske: 'moog ich metgaan?' - 'Ma is kwaad, zei het metske, en ich ben al laat!' - 'Ich gon met!' zei de jong(en). Mè die jong(en), die speelde weerwolef aster het op hem kreeg. Het metske zei dan op 't leste: 'As zje toch nie wilt, kom dan maar met.' Mè onderweg kreegter het weer op hem, en he ze(g)t tegen het metske: 'In geval as zje iet omtegen komt, prall (= hetzelfde) wa 't is, hier is mijne maalplag (= zakdoek). As doa een bees(t) op oech (= U) uitkomt gooit zje dat maar op haar, ich moet mijn commissie gaan doen!' en he ging de bos in. Het metske ging door, en toen kwam doa zo e leed serpent (= iets lelijks) op haar uit. Ze riep op de jong(en), mè het antwoordde nie. Wa nu gedaan?!... Toen deed ze wa de jong haar gezeg(d) had te doen in geval het op haar aankwam, dan weregdeter (= werkte hij) zijn krach(t) op de maalplag uit. E ketier (= kwartier) ternoa was de bees(t) weg met de maalplag, ze had het heel in brökskes gescheurd. Toen riep het metske nog op de jong(en) met zijne naam, en ze riep nog: 'Beste (= zijt ge) verloren of beste nog met mich, anders gon ich thuis.' Ze ging vots (= voort) en toen kwam de jong(en) af. 'Ich ben contrarie baan gegaan, ich was verloren gelopen.' zei die toen. En het metske vertelde hem van dat leed serpent en wa ze gedaan had. 'Goed gedaan!' zeiter, en toen ging ze thuis met de jong(en), en ee(r) ze thuis was, had het metske e stukske van de maalplag gezien wa de jong in zijn taan (= tanden) hangen had. Toen moogde (= mocht) de jong(en) nie met in van het metske. 'Nein! zei ze, ma is kwaad!' - 'Dè, zei de jong(en) toen, ich bijt tich in te been! zje zult mich wel roepen at het tijd wordt!' Toen kreeg het metske e kwaad been, en dat werd maar ereger. Toen zei ze tegen haar ma dat ze met ene jong(en) gewees(t) was en ze deed die jong(en) opkomen, mè ze dors(t) nie zeggen dat het ene was wa weerwolef speelde. Toen kwam de jong(en), en de moeder zei tegen hem 'mè kik eens wa 't metske aan h'r been he(ef)t!' - 'Da's niks, zeiter, da's seffens genezen!' En he ging met zijn hand twee keren op en af over haar been, en toen was het genezen. 'Dat was ich gewees(t)!' zeiter toen tegen het metske zijn ma.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een meisje was 's avonds stiekem gaan dansen. Omdat ze al te laat was, vreesde het meisje dat haar moeder erg boos zou zijn. Een jongen vroeg het meisje of hij met haar mocht meegaan. Aanvankelijk weigerde het meisje, maar omdat de jongen maar bleef aandringen, liet ze hem toch meegaan. Onderweg zei de jongen plots: "Ga jij maar verder. Ik moet even een boodschap doen. Mocht er een hond op je af komen, gooi dan deze zakdoek naar het beest." Toen het meisje wat verderop een hond tegenkwam, deed ze wat de jongen haar had aangeraden. Een tijdje later verscheen de jongen met de woorden: "Ik was verdwaald in het bos!" Het meisje vertelde de jongen wat ze had meegemaakt en werd door hem geprezen voor haar dapperheid. Omdat het meisje de vezels van de zakdoek tussen de tanden van de jongen had gezien, liet ze de jongeman niet binnen toen ze thuiskwam. Daarop werd de jongen boos en beet het meisje in haar been. Daarna zei hij: "Je zal me wel roepen als het tijd wordt!" Hoewel de wonde van het meisje maar niet wilde genezen, durfde het arme kind niet aan haar moeder te vertellen dat ze was gebeten door een weerwolf. Toen het meisje de jongen liet komen, sprak de moeder van het kind: "Kijk eens wat voor wonde mijn dochter aan haar been heeft!" Daarop antwoordde de jongen: "Dat is niet erg, het zal onmiddellijk genezen zijn!" Nadat de jongen tweemaal over het been van het meisje had gestreken, genas de wonde. Daarna bekende de jongen aan de moeder van het meisje dat de wonde zijn schuld was geweest.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1014
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ketsingen    Ketsingen