Hoofdtekst
Vrouw bekent deel te nemen aan heksenvergadering in d'Hees.En dan heet er daar nog een gewoond oep Delbekes goed, tussen hier en Sint Teunnes (Sint-Antonius-Brecht). En dan woonde d'r e meens, Nelleke Verdoenck en d'r was d'r e meens die altijd goeng naaien en dan hee mijn moeder die dikkels horen vertellen. En dan goeng die d'r 's morgens vruug henne en dan lagen die kleren van Nelleke besmodderd en beregend in huis. En dan vroeg ze waar a z'henne gewist had. "Nor Hoogstraten, nor d'Hees", zei die dan. En a die dan gesteurreven is dan had ze tegen die knecht en de meises gezee: "Meid, helpt mij!" en die zeunen hadden gezee: "Afblijven!" A ge die holpt dan waar de da zelf. En a die begraven wier dan vloog dien beurreput in braand a ze die buiten droegen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Tussen Sint-Job en Sint-Teunnes woonde een vrouw wiens kleren 's ochtends altijd besmeurd met modder in huis lagen. Wanneer de naaister haar vroeg waar ze naartoe was geweest, antwoordde ze: "Naar Hoogstraten, naar d'Hees". Toen die vrouw op haar sterfbed lag, vroeg ze hulp aan haar knechten en meiden. Men mocht haar echter niet helpen, want anders zou men zelf een heks worden. Op de dag dat men het lijk van de vrouw naar buiten droeg voor de begrafenis, vloog haar waterput in brand.
Bron
H. Hendrickx, Leuven, 1962
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
246
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Job   
Plaats van Handelen
Sint-Job   
Sint-Teunnes   
d'Hees   
Hees (d')   
Hoogstraten   
