Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP00227_0227_21216

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

’t An dor boeredochters nor de goedsmed geweest mor ze woren achtervolgd van die gasten wor dat ze weunden. En bij nachte woren ze angerand. Z’één ulder goedewerk en ulder geld ofgepakt. ‘k Eén ik nog hoord dat ze keerschges oender ulder tenen hielden omdat ze gingen zeggen wor dat ulder geld zat.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Twee boerendochters die terugkwamen van de goudsmid, werden onderweg verrast door rovers die al hun goud afnamen. De rovers hielden soms ook kaarsjes onder de tenen van hun slachtoffers om te weten te komen waar het geld verborgen lag.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
124B
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Westrozebeke    Westrozebeke