Hoofdtekst
I Hebt ge ooit van de weerwolf gehoord?25 Ja, daar heb ik ook van gehoord, maar… hoe dat ging, dat weet ik niet meer, hoor. Ken jij dat?I Zo’n beetje, zo, van wat de ‘läöi’ zeggen.25 Zeg het dan maar eens.I Van dat de ‘läöi’ ’s avonds, dan wandelden ze buiten of zo, en dan kwam daar een grote, zwarte hond neven hun door of die liep achter hun aan. Hebt ge nooit gehoord?25 Jawel, van een kat.Ja, wat was dat van die kat?25 Die katten, die zwarte, die werden toch ook aanzien als dinge - hoe moet ik het zeggen? - als spoken, die zwarte katten. Bij een kat in de duisternis, dan schijnen die ogen, juist als… een auto z’n lampen zo. En dat werd dan aanzien (als spook), daar ‘verdoalde’ (= vergisten) ze zich in.
Beschrijving
Wanneer de mensen 's avonds op pad waren, werden ze soms gevolgd door een grote zwarte hond. De lichtgevende ogen van zwarte katten konden de mensen doen verdwalen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (groot-riemst)
25G 390
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kanne   
