Hoofdtekst
Beschrijving
Een boer die zijn oogst in schoven had gezet, werd geplaagd door de duivel die de schoven kwam omverschoppen. De man kreeg van iemand de raad om naar de pastoor te gaan, omdat zijn graan wellicht behekst was. Om vier uur kwam de pastoor het graan overlezen. Daarna sprak de geestelijke tot de man: “Zet de schoven nu maar opnieuw recht”. De man zag daar aanvankelijk het nut niet van in, maar de pastoor vervolgde: “Als je geen geloof hebt, dan heeft het geen zin”. De man deed wat er gevraagd werd en de schoven bleven rechtstaan. Toen de man zijn oogst wilde binnenhalen, bleef zijn kar echter altijd steken. Opnieuw werd de pastoor geroepen. De geestelijke overlas de kar en gaf de man vervolgens de raad om het paard een hoed in omgekeerde richting op de kop te zetten. De man deed het en kon voort met zijn kar.
Bron
M. Houtmeyers, Leuven, 1957
Commentaar
brabants (diest en omstreken)
347
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zelem   
