Hoofdtekst
Hier te Idegem was er een stamenee (herberg) en ’t er werd daar niet geleefd gelijk brave mensen en onze paster die alles zei gelijk als ’t hij ophad en die kwamp op zijn preekstoel en die zei: “Beminde parochianen de “Pinte” zal vergaan dat er gene steen zal blijven van rechtstaan”. En ’t was waar ook. Ze hebben er dan een klooster op gemaakt.
Beschrijving
In Idegem was een herberg waar veel werd gezondigd. De pastoor zei op zijn preekstoel: “Beminde parochianen, ‘de Pinte’ zal vergaan en er zal geen steen van blijven staan”. De voorspelling van de pastoor kwam uit. Op de plaats waar de herberg had gestaan, bouwde men een klooster.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
672
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Idegem   
Plaats van Handelen
Idegem   
