Hoofdtekst
Vorken hé, den dien en kost niet sterven van deugnieterije. Azo drie dagen heeft hij in strijd gelegen en z’hebben toen ne pater g’haald. En als den dien buitenkwam liep ’t zweet van zijn voorhoofd af. En toen kost hij sterven!
Beschrijving
Een tovenaar kon pas sterven nadat er een pater bij hem was geweest. Toen de pater uit het sterfhuis kwam, was hij helemaal bezweet.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
605
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
