Hoofdtekst
Beschrijving
In Ringern (1) woonde een oude man die na middernacht altijd Klurre met zijn keten ontmoette. Dat was een beest met een harig vel en een bel. Bij het bruggetje dat naar de Ringern leidde, werd de man altijd met het beest geconfronteerd. Hij moest dan zeggen: “Maak plaats, maak plaats!” Dan week Klurre achteruit.
Bron
F. Vandesype, Leuven, 1977
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (zuid-west)
26A
fabulaat
(1) Ringern: gehucht van Gooik-Strijland
Naam Overig in Tekst
Klurre met zijn keten   
Naam Locatie in Tekst
Oetingen   
