Hoofdtekst
D’er was hier enen die nie kost sterven en ze woondige aan ’t Kasteel van d’Avraincourt, ’t Kasteel de drie koningen. En ze woondige omtrent ons en ze zegt: "Nu he’k aardig (raar) gevaren." En de dochtre zegt: "Hoe? Waarvan?" En ze zegt: "Kom ne keer bij mijn bedde." En haar dochtre is bij haar bedde geweest en z’hee’t overgezet. Ze zei: "Honderduzend in een peirdenmande." Dat is vloeken hé. Maar ze kost nie sterven zolang ze da nie kost overzetten.
Beschrijving
Een toveres die niet kon sterven, sprak tot haar dochter: "Nu heb ik iets vreemds meegemaakt! Kom eens wat dichterbij". Toen de dochter dichterbij kwam, zei de heks: "Honderdduizend in een paardenmand!", waarmee ze haar toverkracht doorgaf aan haar dochter.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
338
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
