Hoofdtekst
22 Ik heb ook al van m’n grootvader (= Schepers, Ophemerstraat) gehoord dat hij ’s nachts van Lafelt afkwam en dan ging hij ook over de ‘Helm’ af op Vlijtingen aan en zo, door het veld. Toen waren die heel (= al die) straten nog niet. En toen ineens kwam daar zo’n grote hond. En die maar achter hem aan. Ten langen laatste stond daar een boom, een wei, dat ze zeiden, hé, zoals zo vroeger aan de oude straten. En daar was hij moeten in kruipen. En toen legde die hond zich blaffend onder die dinge, onder die boom. En daar had hij moeten blijven zitten tot ’s morgens. Ja, hij durfde niet afkomen, hé. En die hond ging ook niet weg. En toen zei hij, dat was ook Cieles de weerwolf geweest, die kon zich ook in een hond veranderen.I Die hond was toen weggegaan?22 Ja. Toen ging de hond ’s morgens weg, toen was hij (= de grootvader) afgekomen en toen was hij ‘jòuet’ gegaan [lachend].I Maar ze hebben nooit een vel van de weerwolf gevonden of zo?22 Ja, nee, hé, dat waren maar sprookjes, zal ik zeggen, sprookjes, hé.23 Ja, vroeger maakten ze dat allemaal niet waar.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Ean man die 's nachts over de 'Helm' van Lafelt naar Vlijtingen ging, werd gevolgd door een hond. De man kroop snel in een boom, waar hij tot 's morgens is moeten blijven zitten omdat de weerwolf op de grond zat te wachten.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (groot-riemst)
22F 356
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Helm (tussen Lafelt en Vlijtingen)   
Naam Locatie in Tekst
Riemst   
Plaats van Handelen
Helm (tussen Lafelt en Vlijtingen)   
Lafelt   
Vlijtingen   
