Hoofdtekst
Mijn pa ging dan naar St.-Truiden als hij zo een kind was van een jaar of vijftien, zestien en dan haalde hem zijn vader hè. Dan moest hij acht dagen daar blijven en daar waren er die uitspanden zo, een uitspannerij en die lazen dan 's avonds. En mijn pa die las veel en toen was daar ook ene en toen zei die zo: 'Moet ge ook zo een schoon boek hebben, jongen?' 'Ja, dat zou ik graag hebben.' En daar hebben ze onze pa zaliger moeten vanaf helpen. Die kon niet meer eten, die kon niet meer slapen, die kon van alles niks niet meer. En die moest altijd dat boek hebben en dan zegde mijn tante: 'Waar kan hij toch nu zijn?' 'Ja, dat kunt ge wel weten, hij is weer weg met dat boek.' En dan moesten ze hem halen gaan. En toen hadden ze dat tegen de pastoor gezegd en die had hem daar vanaf geholpen. Dat was een toverboek.
Onderwerp
SINSAG 0753 - Zaubermacht gebrochen; Geistlicher verbrennt Zauberbuch.   
Beschrijving
Een jongen had in Sint-Truiden een toverboek gekregen van een vriend. Sindsdien was de jongen zo rusteloos dat hij niet meer kon eten of slapen. Uiteindelijk heeft de pastoor het boek van de jongen afgenomen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.3 Toverboeken
midden-limburgs
k
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
