Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MREYN0264_0264_19875

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

’t Wos daar ne boer die ne joenge duutse schaper hadde en up nen nuchtend wos ’t ne naar de Legemeers gegaan met wel 50 schapen. Maar oetne een endeke verre wos, je voelde aan zin makke dat er entwodde niet pluus zat up ’t hof: je vergaarde ol zin schapen en je keerde "haast je zere" were naar ’t hof. ’t Zwermde daar van de kraaien. ’t Zag er zwart van, en de boer en de boerinne liepen rond oe tieren en schruwelen want ze vlogen deur de ruten, en ze verdesterweerden olles."’k Hèd gepeinsd"zei de schaper. "Ga naar de zolder", zegt ne tegen de boer, "en j’haalt daar ne zak met lijnzaad en smijt ne up de messing (mesthoop). Die beesten vragen werk." En ol de kraaien begosten dat lijnzaad up te rapen en droegen ’t were naar de zolder en oe ol ’t lijnzaad were weg wos, waren die kraaien wok were weg. En da kwam omdat de poester in de boeken gekeken had van de schaper en j’had entwaar de macht niet meer kunnen stoppen zeker.

Beschrijving

Een jonge Duitse schaper die bij een boer werkte, ging op een ochtend met vijftig schapen naar de Legemeers. Op zeker ogenblik had de schaapherder het gevoel dat er iets aan de hand was op de boerderij. Hij verzamelde zijn schapen en ging snel naar huis. De boerderij zat vol kraaien, die door de ruiten vlogen en alles vernielden. De schaapherder sprak tot de boer: "Ga op de zolder een zak lijnzaad halen en giet die op de mesthoop. Die beesten vragen om werk".
Even later verzamelden de kraaien al het lijnzaad en brachten het weer naar de zolder. Daarna waren de kraaien verdwenen.
Het onheil was veroorzaakt door de koewachter die in de boeken van de schaapherder had gelezen.

Bron

M. Reynaert, Leuven, 1965

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
349
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Duitse schaper    Duitse schaper   

Naam Locatie in Tekst

Geluveld    Geluveld   

Plaats van Handelen

Legemeers    Legemeers