Hoofdtekst
‘k Had ik hier een nichte, die op ’t hoge woonde in Lombardsijde, Van de Bohéde heetten ze ziender (zij) en z’hadde zij een meisje en iederen avond begoste (begon) dat kind te daveren (schudden) en te beven van schrik. De paster van Lombardsijde heeft heur nog komen belezen en dat heeft dan gestopt. Maar dat is echt gebeurd wè. Dat zijn geen fabels, dat hebben met wieder (wij) geweten. En dat was ook van entwien (iemand) die een nik tegen under (hun) had.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw uit Lombardsijde had een kind dat iedere avond begon te beven van angst. Nadat een pater het kind had overlezen, werd het weer gezond. Het had iets met de kwade hand te maken.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
157
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westende   
Plaats van Handelen
Lombardsijde   
