Hoofdtekst
's Nachts kwam ze zi, en 'k hoorde ze de trap upkomen hee. Dat je dat zo goed hoorde hee, die trap upkomen en ze kwam zi in miene koamer en ze kwam zi up mijn voeten toet an mijn keele. En ot dat moeten lange deuren gingk versmachten. Mo ze liet ommekè los en ze gingk voort. En 'k voelde dat zo schoone dat ze voort goan en van de trap goan hee. Ze kwam azo tien keirn per nacht hee. En 't kwam daj niet mè doste sloapen hee…
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een meisje werkte als meid bij een pastoor. In de pastorij kwam altijd een vrouw die wellicht een heks was. Wanneer de meid 's nachts in haar bed lag, hoorde ze die vrouw langs de trap naar boven komen. De vrouw ging dan op de voeten van de meid liggen en kneep haar vervolgens de keel dicht. Zo werd de meid wel tien keer in één nacht door de maar geplaagd.
Bron
N. Goderis, Leuven, 2003
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (torhout en omstreken)
9i
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
