Hoofdtekst
Als ik twee jaar getrouwd was, ’t was daar ne gebeur die vroeg of dat ‘k niet wilde naar St.-Anne gaan achter den dokteur voor zijn vrouwe.’t Was winter en ’t had gevrozen. Hij gaf mij zijn stok mee en ‘k zette aan rond acht uur. Ten achtenhalf, negen was ik bij den dokteur en hij was niet thuis. ’t Was negen en half, tiene en hij was nog niet thuis. ’t Was elve als hij thuiskwam. ‘k Zei dat de beurvrouwe ziek was en hij zei: "’k Wete wel wat dat z’heeft" en hij gaf mij een fleske mee. ‘k Keere weer en als ik en ende van ’t bos ben, ’t kom nen haas af, hij bleef staan. ‘k Ga voort, hij ook. ‘k Bleef weer staan, hij ook. Hij heeft mij den helen tijd gevolgd tot tenden den bos. ‘k Begoste vreeze te krijgen. ’t Was aan den besloten bos.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een vrouw kreeg tijdens de winter bezoek van haar buurman, die een dokter nodig had voor zijn echtgenote. De vrouw ging voor de man naar Sint-Anne. De vrouw vertrok omstreeks acht uur en kwam rond half negen aan bij de dokter. De arts kwam echter pas om elf uur thuis. Toen de vrouw zei dat haar buurvrouw ziek was, antwoordde de dokter: "Ik weet wel wat ze heeft" en hij gaf de vrouw een flesje mee. Daarna keerde de vrouw terug naar huis. Toen de vrouw het einde van het bos bijna had bereikt, zag ze een haas, die met haar meeliep.
Als de vrouw bleef stilstaan, bleef de haas ook staan. Ging de vrouw voort, dan liep de haas met haar mee. De vrouw was bang omdat de haas haar gedurende de hele tocht door het bos bleef volgen.
Als de vrouw bleef stilstaan, bleef de haas ook staan. Ging de vrouw voort, dan liep de haas met haar mee. De vrouw was bang omdat de haas haar gedurende de hele tocht door het bos bleef volgen.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (zuiden)
39
Twee jaar na het huwelijk van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
Plaats van Handelen
Sint-Anne   
