Hoofdtekst
27 B’ -Wel, dat waren die stalkaarsen.I -Ja, maar stalkaarsen was toch iets wat de mensen maakten.27 -En zetten! Want mijn moeder heeft dikwijls gezegd: “Kijk een keer ginder, jongens.” dat was daar beneden aan Saveur, die beek en dat dreef hij daar, maar wat dreef er daar? (onheilspellende vraagstelling). Maar ik geloof ook niet dat dat, dat waren precies gelijk tongen hé.II -Ja, maar ‘t waren misschien dingetjes die ze erop gezet ôn (hadden), kaarsen?27 -Euh, euh.II -Misschien kaarsen die ze op iets gezet hadden dat dreef?27 -Ja, natuurlijk dat. Ah, vaneigen dat, op dat water.I -Maar soms in moerasgrond hebt ge dat soms, zo’n vlammetjes, door de gisting. Wat zeiden de mensen daarvan? Wat was dat dan als ze dat zagen?
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Stalkaarsen waren kaarsen die grapjassen op het water lieten drijven.
Men vertelde soms dat dergelijke lichtjes de zielen van weergekeerde doden waren.
Men vertelde soms dat dergelijke lichtjes de zielen van weergekeerde doden waren.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
27B'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
