Hoofdtekst
Dat is nu iets moderner en dat heeft niemand kunnen thuiswijzen. Die mensen zijn bijna zot geworden kwestie hun elektriciteit. Dat heeft nooit niemand niet begrepen, nooit geen mens heeft geweten wat dat was. Die konden niet blijven in dat huis. Daar klopte het en daar rammelde het en daar deed het toch zo lelijk en niemand kon, ze konden niet weten waarvan dat kwam. De ene keer sloten ze de elektriek af en toen rammelde het nog en dan weer een keer niet meer. Maar dat heeft daar zeker wel twee jaar met een onderbreking van een half jaar geduurd. En op het laatste werd de dochter daar verdacht ook van zo zaken. Maar ik zeg: 'Dat heeft toch geen zin meer in deze tijd waar wij in leven. Dat kind kan toch niet beïnvloed zijn of onder de dinge van het een of het ander.' Ja, toen zegden ze me ook: 'Daar bestaan boze geesten en daar zijn...' Ik zeg: 'Ga toch weg, we leven toch in een moderne tijd, dat kan toch niet bestaan.' Awel en daar heeft niemand - de interelktra is daar geweest, alle mannen van Brussel en overal - niemand heeft daar kunnen eksplikeren wat wat (sic) daar gaande was. Dat is formidabel hè. En toen hebben ze op een zeker moment een andere konteur (= electirciteitsmeter) gezet en toen is het zes maanden opgehouden en toen is het opnieuw begonnen.- Fil: Dat vocht tegen u 's nachts en daar was niemand niet.Dat pitste (= kneep) u, dat pitste u dat ge keekte. Die oude juffrouw die hier juist stond (een bezoekster) die is daar fel bevriend en ik ben ook daar geweest en mijn broer die heeft daar nachten doorgebracht om dat kunnen vast te stellen wat dat was: niks. Geen ene elektrieker heeft kunnen zeggen: het is dit of dat. Dat heeft nooit niemand niet gevonden. Verleden jaar is dat nog volop bezig geweest. En die slagen hoorde ge en dat begon dat ze meenden dat ze een rat hadden. En op het laatste was dat of dat een konijn was die met zijn poten sloeg, dat was krek of die tegen de plancher zo houwde. Dat kwamen ze dan hier vertellen. Ik zeg: 'Ga toch weg, dat bestaat niet. Die mens moet eens goed zoeken of hij geen ratten heeft.' En toen op het laatste wat was het toen? Toen werd dat nog altijd erger. Toen was dat zo: dat sloeg tegen de kop van het bed dat ge de dekens en alles zaagt rammelen, het was werkelijk, ge zaagt het. En toen werd dat zo erg dat als dat op de kop van het bed sloeg, dat ge daar iets zaagt maar ge kondt niet zeggen wat maar dat gaf juist een schijn van vuur of een gloed of zo. Ze konden dat niet thuiswijzen, daar was het ook niet heet, daar was nergens niks. En als ze 's nachts slapen gingen dan moesten ze uit dat bed, daar was geen genade voor. Dat begon te rollen hè, te rollen en dat rolde en dat kwam zo erg hè dat de dekens en de kussens boven tegen het plafond hingen. En als ge durfde iets op de nachttafel, de oude moeder die deed haar gebit uit en die legde dat op de nachttafel. Die is dat misschien drie weken kwijt geweest, dat lag boven op de kleerkast. Zo vloog dat weg, als ge zoiets neerlegde, hoep hing het tegen het plafond van boven. Alles was geladen. En ge mocht, de dekens dat kwam dikwijls zo omhoog 's nachts hè en die kondt ge zo niet tegenhouden met alle geweld hè kondt ge die dekens niet van u afhouden. Maar dat was zo maar een ogenblik dat dat heel hevig was en dan ging dat terug liggen. En dat pitste u hier dat ge keekte. En het was omtrent altijd waar de dochter van dat huis was en als die uit dat bed lopen ging en ze ging in een ander bed liggen, dan kwam het daar ook. En dat was zo erg dat ze op het laatste, dat meisje kon niet meer naar school toe gaan. Dat meisje kon 's nachts niet meer slapen. En om elf uur begon dat en dat duurde zo tot tegen de morgen aan en dat was dan gedaan en soms was dat door de dag ook, maar niet dikwijls. Dat heeft niemand kunnen thuiswijzen wat dat was. (...) Maar als mijn broer daar was hè en die stak zo zijn vinger maar aan die kamerdeur in boven dan was alles gedaan. Ze zegden dat dat, eh hoe heet die elektriciteit weer? Ja, statisch geladen. Dat is waarschijnlijk iets dat bestaat maar daar kon het niemand niet zeggen. Van de Interlektra is daar niemand ekspikatie komen geven en ze zijn op het laatste ook niet meer willen kijken komen. Toen zegden ze: 'Die mensen zijn ... (veel betekenend gebaar)'. Maar die mensen waren niet zo, dat heel huishouden was toch zo niet hè. Daar zijn ook mensen op aan het zoeken geweest die zich met spiritisme en zo bezighielden en toen is daar zelfs ene geweest, die hadden een dochter en die hadden een aangenomen kind dat ze in Brussen ergens op een bank gevonden hebben of zoiets. Maar die kinderen kunnen nu niet meer bijeen akkorderen. Die hebben een dispuut en die zijn maar vijftien, zestien jaar en de jongen is ouder dan dat meisje en die kunnen mekaar niet pitsen - en die zei dat dat daaruit voortkwam. Die zei: 'Madam, ge moet, ge moet de toestand in uw huishouden oplossen en dan zal dat gedaan zijn.' Ik zeg: 'Smijt hem buiten want het is niet waar.' Allè nu. Daar was een kind en dat was mentaal gehandicapt. En dat was eens thuis op een zondag en dat had vuur gestookt boven op die kamer in de kleerkast. En dat is gebrand, de hele muur was verbrand. En van toen af is het gedaan geweest. (Klop op tafel). Want ik heb die hele kamer zuiver gemaakt en ik heb die behangen opnieuw. Ik zeg: 'Nu zal het wel gedaan zijn, ik zal de geest meenemen, wor.' Dat meisje daar waren ze bang van. Ik zeg: 'Die moogt ge gerust naar hier sturen, ik heb daar geen schrik van.' Maar dan zegt ge van iets, dat niet te eksplikeren. De kleren die hingen in de kleerkast in heel kleine brokskes vaneen gescheurd lagen die op een hoopje in de kleerkast. En sommige zaken waren niet aangeraakt en andere waren kapotgescheurd. En dat nu in deze tijd, dat moet wetenschappelijk te verklaren zijn maar daar heeft het niemand gevonden. Iedereen was bang van dat meisje want die ging in Herk-la-Ville naar school toe. En op het laatste was dat zo ver geweten onder de mensen dat dat meisje bijna niet meer op de bus - zo als zij binnenkwam begonnen ze te kloppen in de bus overal op, omdat die elektriciteit ook zo deed. En als dat klopte hè en ge klopte terug dan klopte het ook terug. Krek zo dikwijls als ik klopte (...) Dat houwde u zo in uw gezicht hè.-Fil: Ja, dat was niet te geloven hé.Zij moest in dat bed liggen eer dat daar gebeurde. Zij moest daar zijn. En het laatste is geweest als daar een bol vuur van boven hebben zien afkomen en die is onder in huis ontploft, dat was een slag dat het verschrikkelijk was.-Fil: Ja, ik weet niet hoe die mensen daar durfden blijven.De pastoor heeft de deken toch ook gestuurd. Afijn, van alles. De geestelijken waren zelf ermee aan het varen, zuur. Ik zeg: 'Hoe is het Gods mogelijk?' In plaats van die mensen te helpen.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
SINSAG 0456 - Der Poltergeist im Hause   
Beschrijving
Twee jaar lang gebeurden er in een huis zeer vreemde dingen. Men hoorde vaak een gerammel en de bewoners werden soms door iets onzichtbaars geknepen. Er was dan ook een vreemde lichtgevende gloed te zien. 's Nachts vlogen de kussens en de dekens van het bed tot tegen het plafond. Het kunstgebit van de oude grootmoeder was opeens verdwenen. Drie weken later vond men het terug op de kast. Wellicht was de electriciteit voor al deze zaken verantwoordelijk. Alles wat men aanraakte, was statisch geladen waardoor het omhoog vloog en men een lichte schok voelde. Toen men een nieuwe electriciteitsmeter had geplaatst, was alles gedurende een half jaar normaal. Daarna begonnen de vreemde voorvallen weer opnieuw. Aanvankelijk dacht men dat er een rat of een konijn zat, maar later geloofde men dat de hele zaak iets te maken had met de dochter des huizes. Uiteindelijk kon het meisje zelfs niet meer naar school gaan omdat ze de hele nacht werd geplaagd door de vreemde verschijnselen. Het meisje werd overal uitgestoten omdat men wist dat er met haar iets vreemds aan de hand was. Noch de pastoor, noch de deken wilden zich over het probleem ontfermen. De electriciens beweerden dat de bewoners van het huis gek waren. Op een dag is er een vuurbol door het dak gevallen, die onder in het huis is ontploft.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
midden-limburgs
b'
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lambrechts-Herk   
