Hoofdtekst
Bie mien groeotmoeder te Gottem stoend de gang ne keer vul ezels. Ze zeien erten: “ga ne keer een bitje ip zieds da we deur kunnen”. En ze giengen ip zie.
Beschrijving
In een huis in Meulebeke stond de gang vol ezels. Toen de mensen zeiden: "Ga eens wat opzij zodat we door kunnen", gingen de dieren merkwaardig genoeg uit de weg.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
142
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meulebeke   
Plaats van Handelen
Meulebeke   
