Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0203_0203_11907 - Kind betoverd

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

M’n broere’s zeune (zoon) Albert is ook nog betoverd geweest, in ’t jaar ’19 ongeveer. Dat was een here, zo’n tovernare, die binnen kwam en je (hij) pakte dat kind vaste en je (hij) speelde d’ermee. Maar asten buiten was dat kind begoste (begon) zo te schrèmen (wenen). En ’t had al zes weken geschrèmd. En ze zijn d’r ton mee naar de pasters geweest en z’hebben ’t belezen en ’t is ’t er deure (erdoor) gekomen. En ze mosten (moesten) zelve ook een novenen lezen (bidden) he.

Onderwerp

SINSAG 0750 - Andere Zauberei.    SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   

Beschrijving

Nadat een tovenaar met een kind had gespeeld, begon het kind te huilen. Omdat het kind al zes weken lang had gehuild, gingen de ouders naar de paters die het kind overlazen. De ouders moesten zelf ook een noveen bidden. Uiteindelijk is het kind toch genezen.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
242
1919
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostende    Oostende