Hoofdtekst
De mensen die op die doeninge van Van de Velde woonden, die vrouw woont nu nog in de Meesterstraat in Sint-Denys-Boekel. Ze hadden een kind van zeven, acht jaar. En het was zondag en het kind moest een kostuumpje hebben. Ze gaat naar haar kleerkast, alles wordt omgekeerd maar ze vindt dat kostuumpje niet. Waar was dat? Ik weet het niet... Maar de toveres woonde daar niet ver af. Ik zou ze u moeten noemen. De pastoor kwam naar Latem met zijn toverboek en hij heeft er urenlang gelezen, altijd maar lezen dat het zweet op de grond drupte, dat hij zelfs niet meer alleen naar huis durfde gaan. En 's anderendaags gingen ze nog eens kijken naar dat kostuumpje en het hing daar... Waar was dat naar toe geweest? Het hing daar! En de eerste keer vonden ze het niet.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een boerderij in Sint-Denijs-Boekel had men een kind van zeven jaar. Op zondag zocht de moeder in de kleerkast naar een bepaald kledingstuk van het kind. Omdat het kledingstuk nergens te vinden was, liet de moeder de pastoor komen, die urenlang in zijn toverboek las tot de zweetdruppels van zijn gezicht rolden. Toen de moeder de volgende dag opnieuw in de kast ging kijken, hing het kledingstuk daar.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
91E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Maria-Latem   
Plaats van Handelen
Sint-Denijs-Boekel   
