Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0055_0055_30036

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Ik was ‘k ik dan nog jong. ’t Was op ne Pasen. Ik moest op den hoogdag naar ’t lof gaan. In dien tijd kwamen de café’s op waar dat ze dansten. Ik en mijne vent gingen daar ’s Zondags naartoe, maar d’ouders wilden niet dat we daar gingen op ne Paasdag. Maar achter ’t lof ging ‘k ik toch mee mijne vent. ’s Avonds komen we weer naar huis. Ten halve de baan hoorden we mee ne keer muziek in de lucht en ne straal viel voor ons. In ’t gelucht zagen we een rote (rij) paarden en soldaten. Dat duurde lang. Ze trokken de lucht in in de richting van Frankrijk. Ik was er zodanig van gedaan dat ik mijnen hoed verbrand heb, zodra dat ik thuis kwam. Maar dat is echt gebeurd. Dat heb ik van mijn ogen gezien.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Een man die omstreeks tien uur ’s avonds naar huis kwam, hoorde plots mooie muziek en zag koningen en koninginnen die aten en dansten. De man werd uitgenodigd aan tafel. Toen hij daar zat, stonden zijn voeten echter in het water.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
57
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Nederbrakel    Nederbrakel