Hoofdtekst
Op ne keer koemen twee mannen thuis met een lading appelen. Opeens koem do e kètje schreeuwend op de boan zitten. Ene sloeg met ene stok op het kètje woa veur het road vloog. Het pjaad stoend met ein poot op het kètje en het begos opeens heel fel te zweten en woa ne mai veuraut. Toen koem do ene derde man oan woa het kètje op zijne erm noem. Noa enige taid sprong het kètje van zijne erm. Op datzelfde moment volgde ene hele grote vrouw met e kind oan heur hand de kaar. De drai mannen kreegten fel sjrik. Opeens was de vrouw verdwenen. Dat was een heks geweest.
Onderwerp
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
Twee mannen die een kar appelen vervoerden, zagen een miauwend katje op de weg zitten. Toen één van de mannen met een stok naar het katje wilde slaan, ging het dier vóór het wiel staan. Doordat het paard met een poot op de kat ging staan, kon het niet meer verder en begon het erg te zweten. Even later kwam er een derde man voorbij, die het katje op zijn arm nam. Op het ogenblik dat het katje op de grond sprong, verscheen er een grote vrouw met een kind. Die vrouw was een heks.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (borgloon)
424
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
