Hoofdtekst
- Ja, Beselare was algemeen gekend voor doodkaarsen. Dat staat vast hé, dat hebben we altijd geweten, van als we kleine jongens waren. Van de veel oudere mensen die zeien: "Jongens, ge moet daarvan opletten, dat bestaat." En we hebben d’er altemets gezien rond de kerk bijvoorbeeld né. ’t Kerkhof was toen, de begraving was toen rond de kerk en ge zaagt daar ’n helft van tijd (geregeld) flikkeren alzo en natuurlijk ’t durfde daar niemand passeren. Dat was iets dat klaar was, ’t was een doodkaars en ge moest daarmee heel voorzichtig zijn. Maar, van dat glas, mag ik daarvan kouten?- Jaja.- Maar als je dat goed bekeek binst de dag, die doodkaarsen, dat was entwasen (ergens) een glas op een zerkje dat gebroken was en dat wikkelde (bougeerde) van de wind en met de klaarte van de algemene verlichting van de parochie zag je daar alsaan flikkeren alzo, maar ’t was eigenlijk dat glas dat wikkelde né. En alzo durfde er daar niemand passeren. Er ging niemand passeren. Ze waren schikkelijk verboden van hun ouders, de jongens mochten aldaar niet gaan ’s avonds.
Beschrijving
Beselare was bekend voor de doodkaarsen die er te zien waren. Omdat men rond de kerk vaak doodkaarsen zag flikkeren, durfde niemand daar voorbij te wandelen. Overdag stelde men echter vast dat de zogenaamde 'doodkaars' niets méér was dan de weerspiegeling van het licht op een stukje gebroken glas op een grafzerk.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
west-vlaams (ieper)
1
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
