Hoofdtekst
Op een zeker plaatse stond er een hof waar da een baantje veur de deure liep. En ’t passeerdege daar alle navends ne weerwolf, al veur die deure, al op da baantje.En die mensen zeien dat ie daar ne meer en most passeren, of da z’hem zouden doodgesmeten hên.’s Anderendaags, dieë weerwolf passeerdege were en die mensen hên der naar gesmeten en z’hân hem en diene mens was dood en z’hên hem ’s anderdaags ‘vonden. En ’t was ouderen eigenen knecht!
Beschrijving
Op een weggetje naast een boerderij liep iedere avond een weerwolf. De mensen namen zich voor om de weerwolf dood te slaan als hij daar bleef verschijnen. Toen de weerwolf daar de volgende dag weer verscheen, gooiden de mensen iets naar het beest, waardoor het doodviel. De volgende dag troffen de mensen op die plaats hun eigen knecht aan.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (zuiden)
36
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
